Veroordeling Ali B: wanneer is steunbewijs genoeg?

Ali B is in hoger beroep veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor de verkrachting van twee vrouwen. Daarmee legt het gerechtshof een hogere straf op dan de rechtbank eerder deed. 

 

De uitspraak laat goed zien hoe ingewikkeld bewijs in zedenzaken kan zijn. Veel mensen denken dat een zedenzaak vooral draait om de vraag of je de aangeefster of de verdachte gelooft. Maar juridisch ligt dat ingewikkelder. Zelfs een geloofwaardige verklaring is niet genoeg. Er moet ook steunbewijs zijn. Net zoals vele andere zedenzaken, speelde dat ook hier een grote rol. 

 

Drie vrouwen, drie verschillende uitkomsten 

 

De zaak van Ali B kreeg vanaf het begin veel publieke aandacht, mede door de BOOS-uitzending van januari 2022 waarin meerdere vrouwen zich uitspraken over vermeend seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ali B werd uiteindelijk officieel beschuldigd van verschillende zedenfeiten tegen drie vrouwen. 

Het hof moest per feit afzonderlijk beoordelen of sprake was van wettig en overtuigend bewijs. Daarbij keek het hof steeds naar twee vragen:

 

  • 1) Is de verklaring van de aangeefster betrouwbaar?  
  • 2) Is er voldoende steunbewijs?  

Pas als beide vragen positief worden beantwoord, kan een veroordeling volgen. 

 

De zaak van Naomi: deels bewezen, deels vrijspraak

 

Volgens Naomi vond tijdens een schrijverskamp in Heiloo een incident plaats in een slaapkamer. Terwijl zij seksuele handelingen verrichtte bij Ronnie Flex, zou Ali B haar onverwacht van achter met zijn vingers hebben gepenetreerd.

 

Ali B ontkende dat.

 

Het hof erkende dat de verklaringen van Naomi niet op alle punten volledig gelijk waren gebleven. Vooral over de precieze volgorde van gebeurtenissen en de positie van betrokkenen had zij verschillend verklaard. Toch vond het hof haar verklaringen over de kern van de beschuldiging voldoende consistent.  

Daarna keek het hof naar het steunbewijs. En dat werd gevonden in: 

 

  • Ronnie Flex als getuige, die een gespannen woordenwisseling had waargenomen in de slaapkamer;  
  • Ook verklaarde Ronnie Flex dat Naomi hem later vertelde dat zij op het schrijverskamp een negatieve ervaring met Ali B had gehad op seksueel gebied; 
  • Een onafhankelijke getuige die Naomi later overstuur langs de weg aantrof en haar naar station Heiloo bracht.  

Deze onafhankelijke getuige verklaarde dat Naomi vertelde dat zij in een huis was geweest “waar Ali B ook was” en dat zij daar was aangerand en verkracht. Volgens het hof sloten deze waarnemingen opvallend goed aan bij andere gegevens in het dossier, zoals de locatie van de villa, het tijdstip en de reisroute van Naomi. 

Op basis daarvan vond het hof dat er voldoende steunbewijs bestond voor de verkrachting. 

 

De aanranding

 

Anders oordeelde het hof over een eerdere beschuldiging van aanranding die volgens Naomi in een andere ruimte (woonkamer/keuken) had plaatsgevonden. Volgens het Openbaar Ministerie vormden alle gebeurtenissen van die nacht één geheel, waardoor het steunbewijs voor de verkrachting ook gebruikt kon worden voor de aanranding. Het hof ging daar niet in mee. Volgens het hof ging het om een afzonderlijke gebeurtenis op een andere plek en op een ander moment. Daarom moest ook voor dát feit zelfstandig steunbewijs bestaan. Omdat dat aanvullende bewijs ontbrak, volgde voor dit onderdeel vrijspraak.  

 

Deze overweging laat daarmee goed zien dat steunbewijs niet automatisch kan worden “doorgeschoven” naar andere beschuldigingen. Iedere verdenking moet afzonderlijk voldoende worden ondersteund. 

 

De zaak van Jill Helena: vrijspraak ondanks geloofwaardige verklaring 

 

Ook Jill Helena verklaarde dat Ali B haar tegen haar wil had betast. Volgens haar gebeurde dat in een auto nadat hij haar had meegenomen naar een afgelegen plek. Ali B stelde dat sprake was van vrijwillig seksueel contact.  

 

Het hof gaf aan geen reden te zien om aan de betrouwbaarheid van aangeefster te twijfelen. Toch volgde vrijspraak. De reden daarvoor was het ontbreken van steunbewijs.  

 

De moeder van Jill Helena had wel verklaard dat zij haar dochter twee jaar later emotioneel had gezien toen zij over het incident vertelde, maar volgens het hof was dat onvoldoende. Er zat te veel tijd tussen het vermeende incident en die waarneming. Bovendien konden die emoties ook andere oorzaken hebben gehad.  

 

Ook kon er geen gebruik worden gemaakt van zogenoemd ‘schakelbewijs’: een constructie waarbij meerdere vergelijkbare beschuldigingen elkaar kunnen ondersteunen en versterken. Volgens het hof verschilden de beschuldigingen daarvoor te veel van elkaar. De situaties, locaties en gedragingen waren onvoldoende specifiek en onderscheidend om van een vaste werkwijze te spreken. Er was dus onvoldoende steunbewijs, met vrijspraak tot gevolg. 

 

De zaak van Ellen ten Damme: waarom het hof verder ging dan de rechtbank

 

De meest opvallende wending zat in de zaak van Ellen ten Damme.

 

Volgens Ten Damme stormde Ali B in 2014 haar kamer in Marokko binnen met zijn broek naar beneden. Zij verklaarde dat hij haar op bed duwde en met zijn penis probeerde binnen te dringen. Volgens haar was dat “een beetje” gelukt voordat zij hem wegduwde.

 

De rechtbank kwam eerder nog uit op een poging tot verkrachting. Het hof ging verder en oordeelde dat sprake was van een voltooide verkrachting.

 

Waarom?

 

Volgens het hof bleek uit het geheel van haar verklaringen dat wel degelijk sprake was geweest van enig seksueel binnendringen. Daarbij speelt een belangrijk juridisch punt: ook ‘een beetje’ binnendringen kan juridisch al voldoende zijn voor een voltooide verkrachting.

 

Daarnaast zag het hof sterk steunbewijs in de verklaring van haar toenmalige partner en manager. Hij beschreef hoe zij vrijwel direct daarna:

 

  • Leeg en wezenloos oogde;  
  • Als een “zombie” achter hem aanliep;  
  • Volledig in haarzelf was gekeerd;  
  • En zei dat Ali B “ver over haar grenzen was gegaan”.  

 

Volgens het hof ging dit verder dan alleen een ‘gedragsverandering’. Het sloot direct aan bij haar verhaal over wat er kort daarvoor in de slaapkamer zou zijn gebeurd.

 

 De verdediging wees nog op televisiebeelden waarop Ten Damme later juist vrij normaal leek over te komen. Maar ook dat vond het hof niet doorslaggevend. Volgens Ten Damme waren er namelijk ook momenten die niet waren gefilmd waarop zij Ali B juist vermeed. Daarnaast zouden er volgens haar “stille hints” in de beelden zitten waaruit bleek dat zij wel degelijk van slag was.

 

Het hof kon zich daarin vinden en wees zelfs op momenten uit het oorspronkelijke beeldmateriaal die uit de compilatie waren weggelaten.

 

Volgens het hof reageren slachtoffers bovendien niet allemaal hetzelfde. Iemand kan zich naar buiten toe sterk houden, terwijl intern sprake is van angst, verdriet of stress: een soort ‘overlevingsgedrag’.

 

 

Wat deze uitspraak laat zien over zedenzaken

 

 De zaak Ali B laat zien hoe technisch bewijs in zedenzaken kan zijn. Soms is één waarneming, één getuige of één detail al doorslaggevend. Kleine omstandigheden, zoals een woordenwisseling, een toevallige ontmoeting of iemands gedrag direct na een incident, kunnen uiteindelijk het verschil maken. Dat verschil zien we ook terug in andere spraakmakende zedenzaken, waarin juist het ontbreken van voldoende steunbewijs uiteindelijk tot vrijspraak leidde. Lees daarover ook onze blog over de zaak van Marco Borsato.

 

Daarom is het van groot belang om direct vanaf het begin een gespecialiseerde advocaat in te schakelen. In zedenzaken kunnen vroege verklaringen, verhoren en strategische keuzes namelijk bepalend zijn voor de uiteindelijke uitkomst van de zaak. 

Nieuwsbrief

Scroll naar boven