Zedenzaken en bewijs: lessen uit de zaak van Marco Borsato
Op vrijdag 4 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland Marco Borsato vrijgesproken in de zedenzaak die hem al jaren boven het hoofd hing. Volgens de rechtbank kon niet worden bewezen dat Borsato ontucht had gepleegd met het toen minderjarige meisje. Hierna volgt een korte uitleg over wat de rechtbank heeft gezegd en hoe de bewijsbeoordeling in zedenzaken werkt.
Waar ging de zaak over?
De verdenking ging over gebeurtenissen tussen 2014 en 2015, waarbij Borsato een toen vijftienjarig meisje zou hebben betast. De aangeefster is de dochter van de voormalige voorzitter van zijn fanclub. Door de hechte band met het gezin kwam Borsato regelmatig over de vloer. De moeder van aangeefster vertelde dat zij in juni 2019 een dagboek van aangeefster uit 2015 had gevonden, waarin stond dat Borsato aan haar had gezeten. In 2021 doet aangeefster officieel aangifte.
Bewijs in zedenzaken
In veel zedenzaken zijn er geen ooggetuigen die kunnen vertellen wat er precies is gebeurd. Het gaat namelijk vaak om situaties waarin alleen het vermeende slachtoffer en de verdachte bij de gebeurtenissen aanwezig waren. Als de verdachte dan ontkent, komen hun verklaringen rechtstreeks tegenover elkaar te staan, zoals ook in de zaak van Borsato.
De rechter kan en mag nooit een verdachte veroordelen op basis van alleen de verklaring van de aangever/aangeefster. Volgens de wet kan een beschuldiging namelijk niet alleen op grond van de verklaring van één getuige (in dit geval de verklaring van alleen de aangeefster) worden bewezen. Ook niet wanneer de rechter deze verklaring betrouwbaar vindt. Er moet altijd ander bewijs in het dossier zitten. Dit noemen we ‘steunbewijs’.
Er bestaat geen vaste regel voor wanneer er genoeg steunbewijs is. Toch biedt de rechtspraak wel handvatten om te bepalen wat als steunbewijs kan tellen en wat niet. Zo moet aanvullend bewijs altijd afkomstig zijn uit een andere, onafhankelijke bron dan de aangeefster zelf. Verklaringen die alleen weergeven wat de aangeefster aan iemand heeft verteld kunnen hooguit iets zeggen over de betrouwbaarheid van haar verhaal, maar gelden niet als steunbewijs. Hetzelfde geldt voor dagboeknotities: hoe persoonlijk of gedetailleerd ook, ze komen uiteindelijk uit dezelfde bron en tellen daarom niet als onafhankelijk ondersteunend bewijs. Steunbewijs kan wél worden aangenomen wanneer een getuige uit eigen waarneming iets heeft gezien of gemerkt dat relevant is voor de beschuldiging, bijvoorbeeld een gedragsverandering of emoties van de aangeefster rond het moment van het vermeende incident.
De rechter moet dus altijd twee vragen beantwoorden:
- Zijn de verklaringen van het vermeende slachtoffer betrouwbaar?
- Is er voldoende steunbewijs?
Pas wanneer beide vragen positief worden beantwoord, kan een veroordeling volgen.
Het aangevoerde bewijs onder de loep
Volgens het Openbaar Ministerie was er voldoende steunbewijs om tot een veroordeling te komen. De officier van justitie wees onder meer op een opgenomen gesprek tussen Borsato en de moeder van de aangeefster. In dat gesprek zegt Borsato dat iets mogelijk ongepast kan zijn geweest. De officier zag dit als bevestiging van de aangifte. De rechtbank vond dat onvoldoende: “mogelijk ongepast” is niet hetzelfde als het erkennen van strafbare ontucht.
Ook was er een opgenomen telefoongesprek tussen Borsato en de aangeefster. Volgens de officier kon ook dit gesprek steunbewijs opleveren, omdat Borsato de beschuldigingen niet stevig weerspreekt en erkent dat hij haar lichaam op meerdere plaatsen heeft aangeraakt. De rechtbank ziet dit anders: nergens in het gesprek bevestigt Borsato de specifieke handelingen waarvan hij wordt beschuldigd.
De officier van justitie wees daarnaast op emoties die bij de aangeefster zijn waargenomen. Door haar moeder in 2019 toen zij het dagboek vond, en door de rechter-commissaris in 2023 na een verhoor. De rechtbank oordeelde dat deze emoties geen steunbewijs vormen: het ging niet om reacties vlak na het vermeende incident, maar pas jaren later, waardoor een duidelijk verband ontbreekt.
Verder bevat het dossier WhatsApp-berichten tussen Borsato en de aangeefster, maar deze dateren van ná de vermeende ontucht en gaan nergens over ontuchtige handelingen. De rechtbank ziet daarin dus geen bewijswaarde. Ook het dagboek van de aangeefster kan volgens de rechtbank geen steunbewijs zijn, omdat het uiteindelijk dezelfde bron betreft: aangeefster zelf.
Tot slot zijn er meerdere getuigen gehoord. Geen van hen heeft de vermeende ontucht waargenomen of een duidelijke gedragsverandering bij de aangeefster gezien. Ook dat levert dus geen steunbewijs op volgens de rechtbank.
Vrijspraak
Hierdoor bleef er te weinig bewijs over, waardoor Borsato werd vrijgesproken. Het Openbaar Ministerie heeft inmiddels laten weten niet in hoger beroep te gaan.
De vrijspraak van Marco Borsato laat zien hoe belangrijk het is om elk stukje ‘bewijs’ van het Openbaar Ministerie kritisch onder de loep te nemen. In zedenzaken draait het vaak om kleine details: opnames, berichten en/of waarnemingen waarvan het OM zegt dat ze iets bewijzen. Het is daarom raadzaam om als verdachte een gespecialiseerde advocaat in de arm te nemen die precies weet wat wél en wat níet als bewijs kan tellen, en de rechter duidelijk maakt waar het dossier tekortschiet. Juridische steun is daarom onmisbaar.
Bij Çatbaş Advocaten behandelen we veel zedenzaken waarin het vaak draait om de vraag of er voldoende steunbewijs is. We herkennen de relevante risico’s, weten welke onderzoekshandelingen effectief zijn, en wanneer het bewijs juridisch simpelweg niet voldoet.
Heeft u vragen over een zedenzaak? Of wordt u verdacht van een zedenfeit? Neem dan contact met ons op.
