
Advocaat Tulin Çatbaş heeft namens een werknemer een mooi resultaat behaald bij het College voor de Rechten van de Mens. Het College oordeelt dat sprake is van directe discriminatie door de politie.
Achtergrond van de zaak
De zaak gaat over een werknemer die gediscrimineerd is door de politie, omdat de politie hem geen Verklaring van Betrouwbaarheid wilde verstrekken. De enige reden die de politie daarvoor gaf was zijn religieuze begroetingswijze.
Screening
De werknemer, werkzaam als BI‑developer zonder publiekstaken of representatieve functie, lichtte tijdens het screeningsgesprek direct toe dat hij uit geloofsovertuiging geen handen schudt met vrouwen. Ondanks een positief gesprek van bijna drie uur besloot de politie toch tot afwijzing. De politie legt daarbij ten onrechte een verband tussen ‘onreinheid’ en het niet willen schudden van de hand.
Oordeel van het College
Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat de weigering rechtstreeks verband houdt met de religieuze invulling van zijn begroetingswijze en daarmee neerkwam op direct onderscheid op grond van godsdienst. Daarnaast stelt het College vast dat de door de politie gebruikte aannames getuigen van een generaliserend en stereotyperend beeld van de islam, wat op zichzelf een discriminerende uiting vormt. Dat ging dan over de eigen invulling van ‘onreinheid’ door de politie. Het College benadrukt dat niet de intentie, maar het feitelijke gedrag, het effect daarvan en de context bepalend zijn voor de vraag of sprake is van discriminatie. En het antwoord daarop was in deze zaak volmondig ja.
Gevolgen voor cliënt
Cliënt heeft zijn droombaan niet kunnen krijgen vanwege discriminatie en is blij dat er alsnog recht is gesproken. Namens cliënt wordt de schade als gevolg van deze discriminerende handeling op dit moment verhaald bij de politie. Tegelijkertijd is cliënt met de politie in gesprek zodat anderen niet vanwege religieuze overtuigingen bij de politie worden gediscrimineerd.
Dit oordeel van het College vormt een duidelijke en principiële overwinning voor de werknemer. Helaas past deze zaak ook in een bredere trend van toegenomen islamhaat, met vertakkingen in instituties. Op dat onderwerp blijven wij vechten.
Het volledige oordeel van het College voor de Rechten van de Mens is hier te lezen.
